Rode schoentjes

Tags

, ,

Alles om me heen is zwaar beladen, steeds opnieuw wordt ik met m’n neus op de feiten gedrukt: Meiske is niet meer wie ze was, Meiske heeft hulp en zorg nodig, Meiske dreigt te verzuipen in een leven vol aandacht, maar met weinig écht contact! Een van de begeleiders schrijft in de rapportagemap: “We moeten wat meer luchtigheid en vrolijkheid terugbrengen in Meiske’s leven. Ze heeft succeservaringen nodig, maar dat behoeft enige hulp van ons!”.  Ik lees het met een zucht…….het is waar, helaas! 

Ik krijg van iemand de boodschap “Geef mij nu je angst”. Het is een verwijzing naar die keer dat ik die boodschap verstuurde met de bedoeling te zeggen “je kunt me vertrouwen”. Maar op dit moment kan ik er niet zoveel mee. Het maakt me daardoor een beetje misselijk. Ik draai me om, weg van het beeldscherm, en mijn oog valt op de verzilverde schoentjes in de kast. Ik loop erop af, pak ze op en hou ze even tegen me aan.

Ik zie………een meisje. En meisje met kort geknipt, bijna jongensachtig haar. Ze is ‘n jaar of 3-4 en ze heeft een ronde toet met een lachende mond en blauwe ogen waar de levensvreugde en grappige ondeugd vanaf spat! Het meisje draagt een donkerblauw pakje: een rokje met een soort giletje met hier en daar rode details. Daaronder een wit bloesje met donkerblauwe polkadots. Grappige pofmouwtjes en een rond afgewerkt kraagje waaronder een rood lint zit dat tot een lief strikje is gebonden. Witte sokjes (waarvan er minstens 1 altijd schijnt af te zakken) en knalrode schoentjes.

Ik hoor liedjes op een speelplaats: “zeg roodkapje waar ga je heene, zo alleen, zo alleen!” en “zakdoek leggen, niemand zeggen, kukeleku zo kraait de haan”. De liedjes klinken door elkaar, hard en vrolijk. En het meisje met de rode schoentjes huppelt vrolijk met een guitige snoet tussen de groepjes kinderen door. Ze kan nog niet zo heel lang huppelen, maar je kunt zien dat ze ervan geniet. Ze gaat steeds harder, de uiteinden van het rode strikje wapperen in de luchtstroom die om haar heen wervelt en die zelfs haar korte haartjes door elkaar lijkt te woelen. De wangen van dit vrolijke meisje zijn bijna net zo rood als haar schoentjes. Een lief, leuk en vrolijk kind. Ze huppelt daar heel alleen tussen al die andere kinderen door, dat valt me opeens op, net als roodkapje die alleen op pad was. Het alleen zijn deert haar zo te zien niet. Ze huppelt vrolijk verder en zingt vol overtuiging met de andere kinderen mee. Dan opeens ziet ze mij, ze spreidt haar armpjes, die nog een beetje mollig zijn van ‘n restje babyspek, en huppel met vrolijke pretoogjes op me af. Ik spreid ook mijn armen om haar zo op te kunnen vangen. Maar dan gebeurt er iets vreemds.

Hoe dichterbij het meisje komt, hoe groter ze wordt. Haar rode schoentjes verliest ze onderweg als haar voetjes te groot ervoor worden, haar kleertjes groeien met haar mee en in rap tempo verandert haar zorgeloze, vrolijke toet in een ernstig volwassen gezicht. De sprankelende ronde kinderogen worden mat en staan ernstig en zorgelijk. De verandering is zo enorm groot dat ik ervan schrik. De armen waarmee ik haar wilde verwelkomen vallen slap langs me af. Ze ziet er zo ongelukkig uit dat ik van binnen sterk de drang voel om haar troostend tegen me aan te trekken, maar mijn armen lijken verlamd. Ze staat voor me en ik staar haar verbijsterd aan. Waar is dat vrolijke meisje gebleven?

Er valt een traan op mijn handen en ik kijk er verbaasd naar. Ik zie dat ik de zilveren schoentjes nog altijd tegen me aan gedrukt houd. Schoentjes die ooit rood waren! Ik wrijf er nog ‘n keertje weemoedig met m’n duimen overheen en zet ze dan voorzichtig terug in de kast. Met de achterkant van mijn handen wrijf ik de tranen van mijn gezicht.

Waar verloor ik ze, die rode schoentjes? En vind ik ze ooit nog terug?

Van Koninklijken Bloede?!

Tags

, , ,

Het geheim is al lange tijd bewaard gebleven. Zo lang dat ik het zelf bijna vergeten was dat ik het bij me draag. Ik draag het bij me vanaf mijn geboorte, maar was me er de eerste 3-4 jaar van m’n leven niet van bewust. Misschien nog langer, tot ik zelf kon lezen?
Vreemd genoeg kan ik me niet herinneren hoe ik achter dit geheim gekomen ben. Heeft iemand het me verteld? Heb ik het zelf ergens gelezen? Misschien die keer dat ik allerlei kastjes en lades doorzocht, op zoek naar dingen die een einde konden maken aan mijn onzekerheid over de kwestie of Sinterklaas nu wel of niet bestond? Misschien was ‘t ook ’n half jaartje eerder, toen we gingen verhuizen. Dat bij het inpakken van dozen mijn aandacht plotseling door dat kleine, platte, deftig uitzeinde boekje werd getrokken? Ik weet het niet. Hoe ik mijn hersenen ook pijnig, ik kan het me gewoon niet herinneren.

Wat ik me wel kan herinneren is de commotie die ‘n anderhalf à twee jaar later ontstond toen ik, in mijn kinderlijke onschuldigheid, had verteld dat ik mijn leven deelde met iemand van koninklijken bloede.
In het boekje dat diende ter voorbereiding op de Eerste Heilige Communie moest je de namen opschrijven van de gezinsleden. Eerlijkheid en zorgvuldigheid waren van groot belang. Stel je voor dat ik iemand zou vergeten, dan kwamen die misschien niet in de hemel! Dus ik schreef met mijn kinderlijke hanenpoten trots in mijn boekje: mijn vader T., mijn moeder R., mijn zus A. en prins Capri van het Hondenparadijs. En daar stond het dan, blauw op wit, mijn grote geheim. Oh, wat zou Jezus trots op me zijn dat ik niemand vergeten was in mijn lijstje (én gebeden dus!).

Een paar dagen later stond meneer Kapelaan op de stoep. Om aan mijn ouders te vertellen dat ik een toch wel érg levendige fantasie had. Mijn ouders moesten er hartelijk om lachen. Ze lieten aan meneer Kapelaan dat deftige boekje zien en toen kon ook hij lachen. Daar stond namelijk: “naam: Prince Capri”. Het was de officiële naam (zo gaat dat met rashonden) van onze dwergpoedel die wij in het dagelijks leven gewoon Capri noemden.
Toch had die Kapelaan wel een beetje gelijk. Mijn fantasie was inderdaad levendig. Want ik had mezelf toch ook wel een klein beetje koninklijkheid toebedeeld, zo met een echt Prin(s)ce in huis.

Daar zou het bij zijn gebleven, een leuk verhaal dat zo nu en dan bij familiefeesten nog eens werd aangehaald en waar iedereen, inclusief ikzelf, dan hartelijk om kon lachen. Maar afgelopen weekend gebeurde er iets waardoor ik me opeens realiseerde dat die levendige fantasie van dat kleine Meiske helemaal geen fantasie wás.

Ik ben namelijk wèl van koninklijken bloede. Ik ben een heuse prinses!
Hoe kan het anders namelijk dat ik een tuin heb van heus koninklijk formaat, waar tal van tuinhuisjes in staan, die dan ook weer allemaal bemand worden door tuinmannen? Hoe kan het anders dat ik mijn lakeien heb die mijn paleisje schoon en netjes voor me houden? Waarom zou ik anders een beveiligingscamera nodig hebben die precies registreert wie mijn paleisje in en uit gaan. En wat te denken van die chauffeurs die mij, in een zeer royale wagen, overal heen rijden waar ik maar zijn wil? En laten we wel wezen, zou ik anders mijn persoonlijke hofdame (en -heer) hebben die mij dagelijks helpen bij het baden en kleden? Oh ja, ik mag natuurlijk mijn beide secretaressen niet vergeten die mij helpen om mijn drukke agenda overzichtelijk te houden en die allerlei lastige regeldingen van mij overnemen, zodat ik tijd en energie heb om van mijn prachtige paleistuin te genieten.

Nee, het kán niet anders: ik, Meiske, ben van konkinklijken bloede!!!
Ik moet er alleen nog even achter zien te komen waarom iedereen er zo geheimzinnig over doet. Ik bedoel ……… mijn paleistuin noemen ze een wijk en die tuinmannen doen net of ze voor die huisjes huur of hypotheek moeten betalen. Elk pad heeft zo zijn eigen naam met een straatnaambordje en de huisjes hebben nummers, net alsof het echte straten met gewone woonhuizen zijn! De lakeien die voor de reinheid van mijn leefomgeving zorgen worden huishoudelijke hulpen genoemd en ze doen net of ze werkzaam zijn bij een thuiszorgorganisatie. Van die beveiligingscamera’s wordt gezegd dat ze voor de intercom dienen. En ze zeggen dat al die kamertjes in mijn paleis eigenlijk appartementen van een flatgebouw zijn. Van de chauffeurs roepen ze dat die werken voor een bedrijf dat gespecialiseerd is in vervoer van mensen met een beperking. De hofdames en -heer zouden zijn aangesloten bij een overkoepelende thuiszorgorganisatie en mijn secretaressen zouden persoonlijk begeleiders zijn van een andersoortige zorgorganisatie. Tsssss……….ze doen allemaal net of ik hulpbehoevend ben en of ik in een doodnormaal huurflatje woon enzo!!!! Belachelijk toch?!?!

Alhoewel………het is natuurlijk wel een hele goede dekmantel voor een heuse prinses die voor haar broodnodige privacy incognito moet leven! ;-)

PS: ik ontdekte dit geheim toen 1 van mijn hofdames mijn poezelige koninklijke voetjes afdroogde!

Rijdende Rechter?

Tags

, ,

“Vertel het verhaal!”
“Het verhaal? Welk verhaal? Het enige verhaal dat ik ken is het verhaal van de kleine beetjes die ik zag, gecombineerd met mijn vermogen om stukken verder te tellen dan 10 en mijn ongebreidelde, vanuit angst en onzekerheid groeiende fantasie. Hier en daar opgekleurd door dat wat hij verkoos voor te spiegelen. Dat is geen verhaal, dat zijn leugens, want het is niet het complete beeld.”

“Vertel dan je droom!”
“Mijn droom? Je bedoelt de droom waar ik van de regisseur opdracht krijg om samen met de acteur/auteur het verhaal te dansen? Ik kan dat verhaal niet dansen. Ik ken de muziek en de passen niet! Dat moet ik dan improviseren en in plaats van dansen moet ik acteren? Met die acteur? Dat kan niet, want hij kent zijn rol nog niet. Die moet ik eerst schetsen door het hele verhaal te vertellen.”

Daar begin ik mee en de acteur/auteur schrijft. En we improviseren kleine stukjes. Hij acteert verdomme goed zeg! Het is geen letterlijke uitvoering van het verhaal, maar hij weet bij mij dezelfde emoties op te roepen als toen ik nog in het verhaal leefde.

En dan opeens realiseer ik me dat dit het verhaal is. Het is het verhaal van de kleine beetjes die ik zag, gecombineerd met mijn vermogen om stukken verder te tellen dan 10 en mijn ongebreidelde, vanuit angst en onzekerheid groeiende fantasie. Hier en daar opgekleurd door dat wat hij verkoos voor te spiegelen. Dat is wél een verhaal, dat zijn géén leugens, want het is wél het complete beeld. Dit is de waarheid. Míjn waarheid, míjn verhaal! Het enige verhaal dat ik ken.

“Dit is mijn uitspraak en daar moet u het mee doen”, zou de Rijdende Rechter zeggen.

Relativeren?

Tags

, ,

“Schrijven is relativeren” staat boven de weblog van -JC- . Maar soms moet je eerst relativeren voordat je überhaupt (lekker nederlands woord) kunt schrijven. Zo ook nu bij mij.

Gisteravond heb ik per ongeluk geklikt op het downloaden en installeeren van de nieuwe Windows Live Messenger. En dat was de start van een bijzonder stressvolle avond. Want al heel snel had ik door dat ik deze nieuwe versie niet prettig vind. Dat alles er anders uitziet vind ik altijd al een hele omschakeling, maar daarnaast waren er nu ook dingen echt anders. Vooral op het vlak van privacy vind ik het geen vooruitgang. Dus deze versie moest weer verdwijnen vond ik. En dan zou ik er mee wachten tot ik er óf psychisch aan was gewend óf tot ik niet anders meer kón dan die nieuwe versie installeren. Geen probleem, dacht ik, gewoon ff systeemherstel toepassen. Not dus! Nu leek MSN weer als vanouds, maar nu deed Live Writer ‘t niet meer. En dat vind ik ook heel vervelend omdat ik het altijd gebruik om mijn blogjes in te maken. De keuze werd dus óf alles nieuw, óf het “vertrouwde” maar dan maar half werkend.

Omdat ik al naar de yoga was geweest en ook op ‘t activiteitencentrum gegeten had, was ik heel moe. Dus meer last van gestoord werken van mijn brein. Logisch denken was al moeilijk, maar relativeren is op zo’n moment dus écht niet meer mogelijk. Na diverse keren systeemherstel en onvruchtbare pogingen om een oudere versie van Live Writer te vinden, lieten de paniektranen dan ook niet meer lang op zich wachten.

Om kwart voor 12 sloot ik, heftig huilend, de pc af met het gevoel dat dit nooit meer goed zou komen. Op zo’n moment heb ik dan grote behoefte aan iemand die wel kan relativeren en die begrijpt dat ik dat even níet kan. En die me dan troost en kalmeert en die me belooft er samen met mij naar te kijken als ik wat minder moe ben. Of de belofte het probleem te herstellen, maar dat is wat veel gevraagd misschien. Let wel, ik bedoel hier niet alleen een belofte die gedaan wordt, maar ook een die daadwerkelijk wordt gehouden. (Beloven kan ik ook wel vanalles, maar als ‘t dan uiteindelijk niet komt, is dat natuurlijk een dikke teleurstelling.)
Maar omdat ik met goed fatsoen niemand meer kon bellen op deze tijd om helemaal panisch huilend te vertellen dat ik problemen heb met ‘n computerprogramma, voelde ik me op dat moment ook nog eens moederziel alleen en verlaten.

Je ziet, mijn brein is een kei in het ongeremd toepassen van dit soort debiele gedachten en mijn emoties volgen daar braaf op. Natuurlijk net zo ongeremd!
Ergens in een wat verborgen hoekje is er wel het besef dat mijn reactie “way over the top” is, maar toch lukt het me op dat moment niet om mezelf te kalmeren. En dat zorgt dan weer voor de (óók ongeremde) gedachten dat ik compleet gek ben en ergens thuis hoor in een psychiatrische instelling.

Gelukkig heb ik medicatie die ervoor zorgt dat mijn brein tegen het einde van de dag wel weer een beetje tot rust komt, dus uiteindelijk lukte het me wel om te gaan slapen. Tot ‘n uur of half 4. Want tegenwoordig begint mijn lijf rond die tijd op te vliegen. Oftewel: ik lig dan een paar uur woelend en vechtend met het dekbed de ene zweetbui na de andere op te vangen. Tussendoor doezel ik dan wel een beetje, maar je wordt er nou niet bepaald door verkwikt, om het maar eens aardig uit te drukken.

Maar vannacht heb ik mijn overgangsklachten positief benut. Ik heb namelijk uiteindelijk een beetje kunnen relativeren. Ik heb bedacht dat ik mijn teksten voor de weblog ook op een andere manier kan plaatsen. Dat dat wel een beetje wennen zal zijn, maar dat ik er toch wel een poosje mee kan overbruggen. Zo kan ik dan nog even mijn msn op de “oude” manier gebruiken tot ik aan het idee van vernieuwing gewend ben. Want ik zal er toch aan moeten gaan geloven vroeg of laat. Ik merkte vanochtend namelijk dat de oud-ogende versie ook niet meer helemaal werkt zoals ik gewend was.

Je ziet, uiteindelijk is het me toch gelukt om te relativeren. En dat heb ik helemaal alleen gedaan. Volgens mijn persoonlijk begeleidster is dat heel positief en mag ik er trots op zijn. Maar dát is nog een bruggetje te ver voor mij merk ik. Op dit moment voel ik vooral nog schaamte omdat ik weer eens helemaal flipte om iets kleins. Ook al weet ik met mijn verstand dat dit flippen toch écht een gevolg is van het hersenletsel en dat de vermoeidheid dat nog versterkt. Maar in de spiegel zie ík alleen het Meiske dat extreem reageert en daardoor zwaar onaangenaam gezelschap is.

Ik moet dus nog wat zaakjes leren relativeren voordat ik er (anders) over kan schrijven.

Een beetje zat

Bah bah, ik ben het nu toch wel een beetje zat. Ik blijf rommelen op het gebied van gezondheid. We hadden in januari dat derde herseninfarct en sindsdien duizeligheid waardoor het niet verantwoord is om alleen naar buiten te gaan. Afgelopen maand kwam daar dat beschadigde oog bij. Daar moet ik nu consequent voor blijven druppelen en zalven, ook al heb ik op dat moment geen last. En dan heb ik ook nog een bloeddruk die te hoog is en zelfs na medicatie (plaspillen) niet voldoende zakt.

Oké, die bloeddruk is voor iemand met mijn medische geschiedenis niet best, dus die moet toch omlaag. Dan moet er nog ‘n medicijn bij komen. Dat werd eind vorige week zo gezegd en dus ook gedaan. Maar zaterdagochtend zat ik al bij de dokterspost. Met een gezwollen tong (en dus stikgevaar als het verder zou zwellen) door een allergische reactie op dat nieuwe medicijn. Behalve die gezwollen tong was ik er behoorlijk beroerd van. Bloeddruk kelderde veel te veel, ik kiepte om van duizeligheid en ik was flink misselijk. Ik kreeg een soort van anti-pilletjes  en dan zou het moeten zakken allemaal. Bewuste medicijn niet meer gebruiken en maandag naar de huisarts terug was het advies van de dienstdoende arts.

In de loop van de ochtend slonk de tong en tegen de avond was ook de hele heftige duizeligheid weer gereduceerd tot het niveau dat ik dus heb sinds ik uit het ziekenhuis kwam (begin februari). Maar het was nog niet genoeg blijkbaar. Want sinds gisteren ben ik ook nog ouderwets verkouden. Geen koorts gelukkig, maar wel benauwd, snotterig, hoofdpijn, pijnlijke spieren. Je kent het wel. Echt geen ramp natuurlijk. Maar op de een of andere manier is het even de druppel die de emmer doet overlopen. Heel even baal ik als een stekker en vind ik mezelf zielig.

Ik heb mezelf vandaag verwend met een vitamineboost door én extra fruit te eten én ‘n vitamine-C tabletje te nemen. En omdat ik het ‘t ene moment warm heb en ‘t volgende moment koud, zijn ‘n vest en ‘n dekentje binnen handbereik. En gisteravond heb ik paracetamol genomen tegen de pijn in mijn hele lijf. De afspraken die er gepland stonden (‘s ochtends huishoudelijk hulp en persoonlijke begeleiding en ‘s middags ergotherapie en fysiotherapie) gingen gewoon door, dus geen kans om echt ziek te vieren. Maar weet je, dat dekentje, het bakje fruit, een lekker kopje thee en ‘n lekker krachtig soeppie zijn veel prettiger als ze door iemand anders gebracht worden. Heeft dan veel meer genezingskracht. Maar ja……..dat is nu eenmaal niet (baaaaaallllll).

(snif, snotter, uche, zucht!)

Zoals ik al zei, het is niets ernstigs, dus eigenlijk mag ik niet klagen. Maar toch ben ik het gerommel en gerammel van mijn lijf (waar ik dan ook nog eens in mijn up zit opgescheept) nu echt even helemaal zát! Zo, ik heb gezegd! Lekker puh!!!

Ideaal

Dinsdagmiddag, yogamiddag voor Meiske. Yoga voor mensen die naar het activiteitencentrum (AC) gaan. Héérlijk vind ik het! Samen met bijzondere en lieve mensen. Een groep waar ik me welkom en veilig voel. En met steeds opnieuw interessante onderwerpen.

Afgelopen dinsdag kwamen we via een geleide meditatie op onze ideale plek. Precies zoals wij ‘m zelf wilden hebben. Lekker ontspannen als ik was, was het voor mij een klein gevecht tussen in slaap vallen en bouwen aan dat mooie plekje. Beide heb ik uiteindelijk gedaan, maar tja……daardoor was t plekje nog niet helemaal af toen we weer “terug naar ‘t activiteitencentrum” mochten komen. Op zich niet erg, kan ik er nog lekker aan verder bouwen als ik daar zin in heb ;-)

Hoe mijn plek er precies uitzag kan ik niet vertellen. Ik weet niet eens of ik dat gezien heb. Wat ik dan weer wel weet is dat ik er danste over het ijs. Ik droeg een jurk van soepel vallende stof die om me heen zwierde als ik cirkelde en die achter me aan wapperde als ik tempo maakte, net als mijn haren. De jurk was zalmkleurig bij mijn schouders en verliep vloeiend via licht oranje, donker oranje naar vurig rood onderaan. Vreemd genoeg was het er niet koud, het was er aangenaam warm en er scheen een lekker zonnetje, maar het ijs smolt niet.

Om de ijsvloer heen stonden mensen. Allemaal mensen die een bijzonder plekje hebben in mijn hart. Mijn ouders waren er, mijn zus, mijn kinderen. Mijn vriendinnen, mijn ex-vriendjes/partners, mensen van het AC,  begeleiders, dat lieve mens uit het ziekenhuis, die aardige buurvrouw, de knul die voor me aan de kant ging zodat ik met de scootmobiel voorbij kon rijden……..allemaal waren ze er.

Zij keken, ik danste. Ik danste er mijn leven. Soms dansten zij met me mee. Alleen of met meerderen. Er werd ook gezongen. Ik danste met passie, ik lééfde met passie! En mijn hart………..mijn hart was zo groot! Het paste op sommige momenten niet meer in mijn borstkas. Dan werd het als het ware een vloeibare massa die stroomde naar mijn vingertoppen, ogen en mond. En zelfs verder, zodat ik er de anderen mee kon omarmen. En dat deed ik, dat omarmen. Ook vol passie. Vol liefde, vol vuur. Ik danste vloeiende, ronde lijnen, tekende met mijn schaatsen mooie bloemen en golvende linten op het ijs. Soms was ik boos en/of verdrietig. Ook dat vol passie/temperament. Dat waren de momenten dat ik tempo maakte, dat ik stampte met mijn voeten zodat het ijs in het rond spatte en dat mijn ogen vuur schoten. Als een briesend, dampend paard. Maar niemand vond het erg. Iedereen begreep me, ze lieten me alle ruimte om te zijn die ik was. Niemand schrok, niemand ging weg, niemand werd boos. Ze bleven om mij heen staan en naar me kijken. Voelden mijn passie mee. Niemand damde me in, niemand suste me. Ik mocht zijn die ik was. Helemaal, 100%.

Ik vertelde de mensen dat ik van ze hou en ik knuffelde ze tot we samen stonden te huilen. Ik vertelde mensen dat ik boos op ze was of dat ik verdrietig was. Om ze daarna te vertellen dat ik nog steeds van ze hou, ook al was ik boos of verdrietig. Daarna was er nog meer wederzijds begrip en kon ik ook hen knuffelen vanuit het puntje van mijn tenen. En ik nam er afscheid van mensen. Ik dankte hen oprecht met heel mijn hart voor hun aanwezigheid in mijn leven. En ik wist dat zij wisten dat ze altijd een mooie kraal aan de ketting van mijn leven zouden zijn, ook al gingen onze wegen nu niet langer gelijk op. En het loslaten van elkaar voelde goed. Het deed geen pijn meer, er was alleen nog geluk en dankbaarheid voor dat wat we gedeeld hadden met elkaar en de oprechte wens dat ieder gelukkig verder kon gaan op zijn/haar eigen pad.

Het was zo ontzettend fijn! Zo fijn om dit temperament eindelijk vrij te kunnen laten stromen, zonder ook maar íets van veroordeling. Zelfs geen veroordeling meer van mezelf. Zo’n feest! Zo’n bevrijding! Deze kennismaking met mijn ideale plek. Deze kennismaking met mezélf!

De Zwerver

De afgelopen 5 jaar heeft de Zwerver mijn leven voor een heel groot deel bepaald en beïnvloed. Het heeft me ontzettend veel gekost. Geld, mijn goede naam, mijn relatie met familie en vrienden, mijn gezondheid en tot slot mijn vertrouwen.

Je hoort wel eens van die verhalen over loverboys en oplichters. Verhalen waarvan je denkt “hoe kan een mens zo stom zijn om daar in te trappen?!” Het antwoord op de hoe-vraag kan ik eigenlijk tot op de dag van vandaag niet goed beantwoorden. Wat ik wel weet is dat ik toch best een intelligent persoon ben en dat het mij toch is overkomen dat ik erin ben getrapt. Ik geloof eerlijk gezegd ook niet dat het iets te maken heeft met domheid. Maar meer met het grote talent om te liegen en bedonderen op een manier waar je U tegen zegt aan de andere kant van het verhaal.

Ik wil erover schrijven. Over mijn hoop, mijn pijn en verdriet, mijn boosheid. Maar ik kan het niet. De schaamte? Zou ik over de schaamte kunnen schrijven? Ik weet het niet. Maar de schaamte is groot beste mensen, heel groot. Misschien nog wel het meest omdat anderen mij altijd intelligent genoemd hebben en dat er toch ook meestal gereageerd wordt met dat zinnetje over hoe stom een mens moet zijn om in dat soort dingen te trappen.

Ik voel me dom. En gekwetst. En heel onzeker. Er is over zo ontzettend veel gelogen, wat was nou eigenlijk waar? Wie was het eigenlijk, die man die tegenover me zat, naast me in bed lag, die mijn geld uit gaf, die mij wakker maakte midden in de nacht met een zatte kop omdat ie geen onderdak meer had? Wie was het die op mijn computer spelletjes speelde? Spelletjes waar ik van wist en die heel onschuldig waren. En andere spelletjes, waar ik niets van wist en die minder onschuldig waren? En misschien niet alleen op de computer?

Ik kan het niet, ik kan er niet over schrijven. Omdat ik me teveel schaam. Omdat ik niet begrijp waarom het allemaal zo is gegaan. Waarom ik bleef hopen.

Er is teveel kapot! IK ben teveel kapot.

To see or not to see

Vorige week woensdag werd ik in de vroege ochtend wakker met een schurend gevoel in mijn linker oog. De laatste tijd heb ik dat wel vaker. Schijnt dat mijn ogen vooral ‘s nachts erg droog worden. Waarschijnlijk door overgang en medicatie. Ik heb er al een tijdje druppels voor die ik als nodig kan gebruiken. Zo’n droog oog voelt alsof je zandkorreltjes in je oog hebt. Soms is het zo pijnlijk dat ik er echt wakker van wordt. Dit keer dus ook. Tijd voor ‘n druppeltje of 2 dus.

Met mijn ogen een beetje knijpend tegen ‘t felle licht staar ik mijzelf diep in de ogen, constateer dat er in mijn linker oog waarschijnlijk een adertje gesprongen is gezien de roodheid, laat ‘n paar druppeltjes neptranen in mijn oog vallen, knijp nog wat harder mijn ogen dicht omdat ‘t nogal prikt dit keer, maak ‘t licht snel weer uit en laat me in bed vallen om nog even ‘n paar uurtjes te slapen.

Rond ‘n uur of 9 pers ik mijn ogen die alweer/nog steeds erg droog voelen open en dwing mezelf om op te staan. Half op de tast hobbel ik naar ‘t toilet, draai daar weer een bladzijde van mijn spreukenkalendertje om en constateer voor de tigste keer dat ik de lettertjes zonder bril toch niet meer echt goed kan lezen. Als ik even later langs de spiegel loop zie ik dat mijn linker oog nog steeds rood is. Het blijft ook flink schuurderig aanvoelen, dus nog maar eens ‘n druppeltje erin laten vallen. Mijn zicht is nu mèt bril ook niet optimaal, maar ik geef de schuld daarvoor aan die druppeltjes. Ik ervaar de rest van de dag wel last van dat gesprongen adertje, maar dump het in de categorie “hinderlijk maar gaat vanzelf wel weer over”. Wel besteed ik aanzienlijk minder tijd aan de pc, want het felle licht van het beeldscherm voelt toch niet echt prettig in dat stomme oog.

Die nacht slaap ik echter slecht. Mijn oog gaat steeds meer schuren en pijn doen. Ik sta een paar keer op om mijn focus even op iets anders te kunnen richten en zie dat het steeds roder wordt. Hm, dit lijkt niet zomaar over te gaan en wordt nu toch echt erger dan “hinderlijk”, dus misschien moet ik er even door de huisarts naar laten kijken. Misschien ‘n kou of zo opgelopen? Ik maak een doekje nat met koud water, leg dat op mijn oog om een beetje te koelen en probeer nog wat te slapen.

Maar om half 8 hang ik al met mijn zus aan de telefoon. Zij begint altijd vroeg met werken, dus ik weet dat ik haar niet uit bed bel. Even vragen of zij in de gelegenheid is om die ochtend even met me naar de huisarts te gaan. Want door die stomme duizeligheid waar ik nu al weken last van heb, kan ik nog steeds niet alleen naar buiten. Zij kan gelukkig tussendoor even weg, ik bel de huisarts en maak een afspraak voor 10 over 9. Ik hoop dat die man iets heeft dat het oog een beetje kan kalmeren, want intussen kan ik het niet meer open houden. Het licht doet zeer en elke kleine beweging geeft een gevoel alsof er een glasscherf in het oog zit. Het koude natte doekje ertegen aan duwen geeft geen verlichting meer. Pffff……..rottig adertje dit keer.

De huisarts doet een of ander verdovend middeltje in mijn oog en dat geeft snel verlichting. Pff, ik durf nu mijn oog weer open te houden, al zie ik met dat oog intussen niet echt helder meer. De huisarts steekt een of ander gekleurd papiertje in mijn oog (cool dat ik dat niet voel) en bekijkt dan met een blauw lampje mijn oog zeer nauwkeurig. Het lijkt wel een grote schaafwond, of dat er iets is weggevreten. Geen wonder dat je pijn hebt, zegt hij enigszins verbaasd. Of ik iets in mijn oog heb gekregen? Niet dat ik weet. Vreemd, maar goed, schaafwond blijft een feit en daar moet iets mee. Dus wordt er een zalf in mijn oog gedaan en daarna gaat er een verbandje op zodat het goed dicht blijft zitten. Morgen zal het waarschijnlijk wel over zijn, maar als niet, dan moet ik terug komen. Ik plan gelijk maar een afspraak omdat mijn PB-er er morgenochtend is. Dan kan zij mee gaan. En als ‘t niet nodig is, kan ik de afspraak afzeggen.

Mijn zus brengt me naar huis, doet nog een afwasje voor me en vraagt of ik me zo wel ga redden. Ja hoor, is mijn optimistische antwoord. Door de verdoving voelt mijn oog prima aan en met dat andere oog zie ik nog genoeg, dus zie niet in waarom ik het niet zou redden. Omdat ik slecht geslapen heb, ga ik lekker op de bank liggen met mijn dekbed over me heen. Zal mijn tijd wel duren, denk ik en dan doezel ik in.

Als ik ‘n paar uur later wakker word, voel ik me niet meer zo optimistisch. Op het moment dat ik mijn rechter oog open doe voel ik heftige pijnscheuten in het linker oog. Ondanks dat ik niet kan knipperen door dat verband, beweegt de oogbol blijkbaar wel mee onder het ooglid als ik met mijn goede oog iets probeer te zien. Maar goed, ik heb honger en ik zal dus toch even moeten kijken. Op de tast wil ‘t namelijk niet zo opschieten om een boterham te smeren. Maar het oog doet zo zeer dat ik echt maar 1-2 seconden kan kijken, daarna gaat ‘t goede oog ook automatisch dicht. En ik word ook nog duizelig erbij, dus maar even zitten. Na ‘n paar minuten weer een nieuwe poging, maar ook dat gaat niet echt goed. Ik probeer het nog een paar keer, maar zit er intussen wel bij te janken. Verdorie, dit doet écht zeer. De enige manier om het een beetje vol te houden is beide ogen dicht houden, zo dicht als maar kan. Maar hoe ga ik dit oplossen? Ik kan toch moeilijk blind gaan zitten zijn hier. Op de tast naar de wc gaat nog wel, maar die boterham smeren lukt dus al niet, ik durf dus niet eens te denken aan warm eten straks.

Ik jank, ik raak lichtelijk in paniek, ik zet mijn trots aan de kant en bel mijn zus voor hulp. Maar ze is niet bereikbaar. Nou, misschien mijn ouders eens proberen dan. Misschien voelt mijn vader zich vandaag goed genoeg om met de scootmobiel hierheen te komen en wat te eten voor me te maken. De rest moet ik dan maar op de tast doen. Uiteindelijk belt mijn zus me terug en ze komt naar me toe. Ze maakt ‘n boterham voor me en ik heb intussen besloten dat ik misschien toch maar ‘n dagje naar m’n ouders moet gaan. Kan me echt even niet alleen redden zo op de tast. Zo gezegd zo gedaan.

Ik ben dus donderdagmiddag naar mijn ouders gegaan. Ben vrijdagochtend naar de huisarts terug gegaan. Die stuurde me door naar het ziekenhuis omdat de wond groter was geworden en hij het idee had dat er een bacterie in zat. De oogarts gaf uiteindelijk dezelfde behandeling als de huisarts ‘n dag eerder en adviseerde me om paracetamol te slikken. Hij kon zich gezien het formaat van de wond voorstellen dat het flink pijn deed. Intussen deed ik alles op de tast en met mijn beide ogen dicht, want dat was nog steeds de enige manier om zo min mogelijk pijn te voelen. ‘s Avonds ben ik nog eens terug gegaan naar het ziekenhuis omdat ik de pijn niet meer kon uithouden. Bleek het verband er verkeerd op te zitten, waardoor de foute druk idd de extra pijn veroorzaakte. En ik kreeg de tip om niet braaf 4x 1000mg per etmaal te slikken, maar 5x 2000 mg. Eigenlijk wilde de oogarts zwaardere pijnstillers voorschrijven, maar dat kon niet in combinatie met andere medicijnen die ik slik.

Dankzij deze laatste arts ging het allemaal wat beter. Zaterdag heb ik ‘n uurtje of 2 met beide ogen kunnen kijken en de rest van de dag kon ik het volhouden zonder verband, maar wel zoveel mogelijk beide ogen dicht. Zondag kon ik de ogen allebei open houden. Maandag moest ik weer op controle in het ziekenhuis en kreeg ik wat uitleg over wat er nou aan de hand was. Want een bacterie was het niet, dat hadden ze inmiddels geconstateerd en ik had dus ook niets in mijn oog gekregen.

Nu blijkt dat mijn linker oog waarschijnlijk niet meer goed sluit ‘s nachts. Dat is dan waarschijnlijk gevolg van het laatste herseninfarct dat ik heb gehad. Daardoor is dat oog erg uitgedroogd, is het ooglid eraan gaan verkleven en dat heeft dus uiteindelijk die schaafwond veroorzaakt. Pfffff, heb ík weer!

Intussen kan ik mijn ogen weer redelijk goed open houden, al kan ik nog niet tegen het felle buitenlicht en ook het licht van het beeldscherm is niet zo prettig nog. Ik moet 5x per dag zalf in dat oog doen en ‘s nachts preventief in beide ogen zalf. Gaat dus helemaal goed komen. Maar mijn het was de afgelopen dagen dus wel een beetje een kwestie van “to see or not to see”. En ik heb weer geleerd wat een hoornvliesbeschadiging inhoudt.